Bepalen van methode van vuil verwijdering
Oppervlakvuil bevindt zich bij een gevernist schilderij op de vernislaag, bij een ongevernist schilderij op de verflaag en wanneer onbeschilderd op de gronderingslaag. Het bestaat uit los materiaal zoals stof en uit een in meer- of mindere mate vastzittende laag. Op de bovenkant van pasteuze verfpartijen wordt vaak meer vuil materiaal aangetroffen omdat het meeste vuil in de lucht zich van boven naar beneden beweegt.
Het loszittende stof is eenvoudig te verwijderen met een zacht make-up kwastje [
foto] en een stofzuiger om de in de lucht terechtgekomen stofdeeltjes op te vangen. Een vuilaanslag dient op een andere manier van het oppervlak verwijderd te worden, hiervoor staan ons veel professionele middelen en methodes ter beschikking. De keuze van methode en het geschikte middel wordt bepaald na onderzoek van het schilderij en de conditie en samenstelling van het te reinigen oppervlak. Wanneer de keuze bepaald is, worden als extra controle eerst enkele proefjes genomen. Bij een ongevernist schilderij wordt bij elk kleurvlak een proefje genomen. Het komt voor dat bepaalde kleurvlakken of verfsoorten gevoelig zijn voor alle huidige ons ter beschikking staande middelen en methodes, een vuilafname is dan niet mogelijk. Dan kan een droge reiniging een optie zijn om het meeste vuil weg te nemen.
Over het algemeen is de methode redelijk snel bepaald, soms is er meer tijd nodig en ook komt het voor dat geen oplossing gevonden kan worden. Zie op de pagina
schilderij schoonmaken kosten meer over behandelingstijd en kosten.
Vuil op de achterzijde
De vervuiling van een schilderij vindt ook op de achterzijde plaats. Over het algemeen in meerdere mate, dit heeft te maken met de normaal in ruimtes bevindende luchtstromen die bij verwarmingsbronnen opstijgt en langs de koude muren daalt. Schilderijen hangen vaak enigszins voorover aan een muur waardoor zij als een soort opvangbak voor stof en vuil fungeren. Het is daarom van belang dat de onderrand van het schilderij door kleine blokjes iets van de muur wordt gehouden zodat de circulatie van de luchtstroom niet belemmerd wordt.
Door de kou van een muur is de relatieve luchtvochtigheid tussen de muur en het schilderij hoger dan in het overige deel van de ruimte waardoor bij een vervuild schilderij eerder schimmelgroei kan ontstaan. Wanneer een schilderij aan een minder goed geïsoleerde buitenmuur hangt wordt de mate van vervuiling versneld door de eigenschap die thermoforese wordt genoemd.
Het doek aan de achterzijde van een schilderij is kwetsbaar. Eenmaal tot ontwikkeling gekomen schimmelgroei is, zonder dat het schilderij wordt aangetast, nauwelijks te stoppen.
Het verwijderen van vuil aan de achterzijde van een schilderij is daarom zeer belangrijk. Een beschermende laag aan de achterzijde van een van vuil en stof ontdaan schilderij werkt preventief omdat het bescherming biedt tegen vervuiling en de fluctuaties in de temperatuur en relatieve luchtvochtigheid verminderd. Zie de pagina
achterkant bescherming over hoe de achterzijde van een schilderij te beschermen.
Periodieke controle
Voor het behoud van een schilderij is het noodzakelijk om het periodiek te laten controleren op vervuiling. Schilderijen zonder vernislaag, dus wanneer de vervuiling zich direct op de verflaag bevindt, dienen frequenter gecontroleerd te worden evenals schilderijen in ongunstige omstandigheden zoals bij een hoge luchtvochtigheid, in de buurt van open haarden of een keuken.
Voor het verwijderen van het vuil wordt de verflaag en wanneer aanwezig de vernislaag gecontroleerd op kwetsbaarheid. Aanwezige mankementen zouden kunnen verergeren door een vuilafname behandeling.
Veel voorkomende problemen met een verflaag, waardoor een vuilafname niet zonder meer kan worden uitgevoerd, zijn: schilfering, schotelvorming, beschadigingen, oplosbaarheid van de verf, crepering en gevoeligheid voor bepaalde stoffen. De samenstelling van de verflaag is mede bepalend; olieverf, acryl, tempera en verven met andere bindmiddelen of toevoegingen zoals harsen, siccatieven, bijenwas, vulmiddelen en zand. Ook de water- of oplosmiddelen gevoeligheid van de zich in de verf bevindende pigmenten kunnen een risico vormen.
Veel voorkomende problemen met het vernis, waardoor een vuilafname niet zonder meer kan worden uitgevoerd, zijn: schilferingen, desintegratie/ delaminatie, beschadigingen en crepering.
Storende aspecten
Het storende effect dat oppervlakte vervuiling veroorzaakt verschilt per tafereel en de soort en mate van vervuiling. Bij een gewone grijze vuillaag wordt het gehele tafereel wat matter en vlakker waardoor het de ruimtelijke werking, de aanwezigheid van diepte, kleurhelderheid, kleur- en tooncontrasten verminderd. Dit geldt eveneens voor een nicotine-aanslag met het verschil dat deze bruingele aanslag de kleuren ernstig verstoord. De blauwe, violette en witte kleuren hebben hieronder het meest te lijden. Donkere kleurpartijen worden minder diep van toon. Een vuillaag verminderd eveneens de detaillering en kleurnuances van een tafereel.
Vervuilingen zoals insecten uitwerpselen, schimmelplekken, muurverfspatten en andere vuilpekken maken het tafereel onrustig. Dit ontstaat ook met schilderijen met pasteus geschilderde partijen waarbij zich veel vuil heeft opgehoopt op de dikkere verfdelen. Onderstaande foto's zijn enkele voorbeelden van wat een vuillaag esthetisch veroorzaakt. Bij de eerste foto is een vuil- met stoflaag aanwezig die het tafereel mat maakt, de donkere kleurpartijen minder diep en het geheel vlak (geen diepte en ruimtelijkheid). Bij de tweede foto is duidelijk zichtbaar hoe grauw de kleuren worden door het oppervlaktevuil.